
Massale
stakingen in Kenia’s middelbare scholen
Nu de Keniaanse postverkiezingscrisis
van begin dit jaar voorlopig bedwongen is, wordt het land geconfronteerd met
massaal verzet en opstand van de studenten in de secundaire scholen.
Verschillende “boarding schools” (of internaten)
werden tijdens de nacht in brand gestoken met miljoenen shillings schade als
gevolg, studenten weigeren nog les te volgen, enz…en
de regering heeft alle moeite om de toestand te controleren. Een imitatie van
de chaos van begin dit jaar of een echte crisis van het Keniaanse
onderwijs?
Een dode student
en miljoenen shillings schade
De regering neemt
het in ieder geval erg ernstig : een commissie werd
opgericht om naar de oorzaken te zoeken. Tientallen studenten werden opgepakt
door de politie en beschuldigd van brandstichting bij nacht na het overlijden
van een student die verrast werd door het vuur. De regering en
onderwijsminister Orengo slaakten kreten van
verwondering door de escalatie van geweld in de scholen ,
maar het zat er al een tijd aan te komen. Het onderwijssysteem dateert van de
jaren 60 en is een copie van het koloniaal elitair
Engels onderwijs. De roep voor vernieuwing werd in de kiem gesmoord door de
verschillende conservatieve regeringen (en kerken) en zodoende beantwoordt het
systeem helemaal niet aan de eisen van deze tijd.
Het is zwaar
competitief en autoritair . “ Het vergaren van kennis
via boeken en ex-cathedra-onderwijs – het van buiten
leren” (in plaats van “het leren leren”) is van
primordiaal belang. De nationaal opgelegde en geleide examens verergeren nog de
zaak.
Het is dan ook
niet verwonderlijk dat de rellen juist uitbraken bij het begin van de
“voorbereidingsexamens” die de leerlingen moeten testen op hun capaciteiten
tijdens de nationale examens, die binnen drie maanden worden gehouden. Deze
examens zijn erg cruciaal: de uitslag bepaalt de verdere loopbaan van de
leerling. Alhoewel het bekomen van een volwaardig
diploma niet voldoende is om een plaats op de arbeidsmarkt te bekomen ( zie de
grote jongerenwerkloosheid , ook bij universitair geschoolde jongeren) blijft
een diploma erg belangrijk. Daarenboven is het onderwijs een reflectie van de
maatschappij met al zijn “kwalen”: de liberalisering van economische en andere
sectoren zoals het onderwijs, de corruptie met als gevolg tekort aan leerkrachten,
de miserabele toestand van de scholen, de afwezigheid van inspraak van
leerlingen en ouders enz ...
Onderwijs is “big
business”
Onderwijs wordt
hier als een echte “business” beschouwd. Een school start je zoals elke
“business”. Je kiest een manager en een “schoolboard”. De kunst is om op korte
tijd bij de best gerangschikte scholen te komen .
Indien dat niet mogelijk is, probeer dan één van je studenten bij de eerste 10
best gerangschikte studenten in de regio te krijgen..
Wanneer de lijst van de best presterende scholen in de nationale kranten (en op
televisie !!!) verschijnt is je succes verzekerd: meer
en meer kinderen worden aan je school toevertrouwd, je kunt meer schoolgeld
vragen enz…. Je “marktwaarde stijgt als het ware” of
je goed onderwijs geeft en of je je sociale taken vervult is minder belangrijk. Besparen op voorzieningen voor
de leerlingen (oa voedsel) wordt trouwens gemeengoed.
Je kunt al
voorstellen wat dat betekent: antisociaal onderwijs met een enorme kloof tussen
rijke en arme scholen en rijke en arme leerlingen, overvol curriculum,
uiteraard betaalde oefenstondes (tuition
), overaccentuatie van kennis, weinig verpozing en animatie, ... en een door de concurrentiestrijd
opgejaagd leerkrachtenkorps met nog op te leggen prestatie-contracten.
Daarenboven heb je
de maatschappelijke sociale crisis waarmee de jeugd geconfronteerd wordt : de
kloof tussen arm en rijk, de jongerenwerkloosheid, de etnische verdeeldheid, enz… Wanneer je dan de leerlingen voor 11 maanden in
“geďsoleerde boardingschools” stopt
, krijg je natuurlijk een kortsluiting. Een commissie werd opgericht om
na 21 dagen met de oorzaken” van de crisis voor de dag te komen.
Naar de kern van
de zaak
Maar de
verschillende stemmen (van uiteraard psychologen en kerkgemeenschappen, enz…) die nu al op gaan, doet het ergste vrezen. Naast de
rol van de “duivel” in de beďnvloeding van de studenten (sic)
verwijst men naar “buitenlandse invloeden”. Nee, niet het opleggen van “een neo-liberaal onderwijsbeleid” door internationale instanties
maar het verbod op lijfstraffen in de scholen sinds vijf jaar (het zgn. caning) ,
de consumptie van drugs, de “ slechte” DVD’s en
video’s, … hebben de waarden en normen van de Keniaanse
jeugd aangetast. Men gaat hier uiteraard voorbij aan het feit dat het recente
verzet en brandstichtingen niet van gisteren dateren: in de jaren 90 waren er
verschillende geďsoleerde brandstichtingen in de scholen met zelfs tientallen
doden.
Wat betreft
“binnenlandse invloeden” wordt het slechte voorbeeld van stakende leerkrachten
en ander personeel genoemd en uiteraard de rol van de ouders en de
eenoudergezinnen.
De regering heeft
alleszins al uitgepakt met een aantal maatregelen om het oproer te beteugelen:
mobiele telefoons en DVD-toestellen in de
studentenbussen werden onmiddellijk verboden evenals uitwisseling tussen
meisjes –en jongensscholen !!!! Ik vrees dat Koffi Annan terug moet komen om ook op onderwijsvlak de puntjes
op de i te zetten.
23.07.2008